‘De markt moet leidend zijn in biologische groei, niet de overheid’

Dit Topartikel wordt u gratis aangeboden door Ekoland. Drie maanden gratis Ekoland lezen in print en online? Klik hier. Blijf op de hoogte via de gratis nieuwsbrief.
Van den Berg was door AgruniekRijnvallei uitgenodigd om iets te vertellen over de visie van het ministerie op de ontwikkeling en groei van de biologische landbouwsector in Nederland. Van den Berg ziet dat er flinke stappen moeten worden gezet om van 4,8 procent biologisch eind 2023 door te groeien naar 15 procent biologisch in 2030. „Nederland is nog geen koploper in Europa wat betreft biologisch”, geeft Van den Berg aan. „Daarnaast hebben omringende buurlanden fors hogere ambities dan Nederland. Al is het ook de vraag of zij dat gaan halen.”
Vanuit de zaal komt er wat kritiek op de voorzichtige uitspraak van Van den Berg met betrekking tot het behalen van de biologische doelen. Van den Berg: „De doelen zijn zeker niet vrijblijvend en we proberen zeker de versnelling in te zetten. We hebben alleen ook te maken met veel onzekerheden richting de toekomst. Die ambities halen moeten we samen gaan doen.”
De overheid zet in op een vraagaanpak en een aanbodaanpak. „Een grote uitdaging is het meenemen van consumenten in een nieuw consumentenpatroon. Uit ervaring weten we dat het belerend willen sturen van consumenten niet werkt”, aldus Van den Berg. Hij ziet voor de overheid een rol in het stimuleren en aanjagen van samenwerking in de keten om daar verder aan te werken.
30 procent omzetgroei
Het Rijk is veel in gesprek geweest met supermarkten zodat zij hun eigen groeidoelen opstellen voor het biologische aanbod. „Jaarlijks willen we 30 procent omzetgroei in de afzetkanalen realiseren.” Van Den Berg denkt dat de overheid als een grote cateraar kan bijdragen aan die omzetgroei door meer biologisch in te kopen. De overheid heeft zichzelf als doel gesteld 25 procent biologisch in te kopen „Uiteindelijk zijn het wel de retailers die hun best moeten gaan doen om consumenten mee te nemen en te verleiden tot het betalen van die hogere prijs voor biologische producten. Wij gaan als overheid niet ingrijpen op de markt door bijvoorbeeld prijsinterventies. De markt moet zelf gaan werken.”
Ondersteunen
Binnen de aanbodaanpak ondersteunt de overheid de biologische sectoren bij het komen tot eigen sectordoelen. Zo wil de pluimveesector zelf toewerken naar 25 procent biologische eieren in 2025 ten opzichte van 13 procent nu. De varkenssector wil het dierenwelzijn verder door ontwikkelen. Het Rijk zet met een kwartiermaker in op de verkenning voor het integreren van meer biologisch in het beroepsonderwijs.
Ook het behouden van (omschakelende) biologische boeren is iets waar het Rijk op inzet. Van den Berg: „We willen ervoor zorgen dat huidige biologische boeren kunnen blijven doorgaan. Zorgen dat zij voldoende grond tot hun beschikking hebben om dat te doen, is belangrijk. Denk aan langjarige pachtcontracten voor biologische boeren.” Ook ziet Van den Berg dat het omschakelingstraject een financieel moeilijke tijd is. „Het Investeringsfonds Duurzame Landbouw helpt boeren bij de omschakeling naar biologisch. Dat fonds is langjarig en niet afhankelijk van het kabinet of de politiek.”
Niet afwentelen
Binnen het spoor beleid en regelgeving wil de overheid onderzoek doen naar de belemmeringen in juridische en financiële regelingen van RVO voor de biologische sector. Van den Berg licht die activiteit toe: „In het bredere duurzaamheidsprogramma is biologisch voor de overheid erg belangrijk. We moeten voorkomen dat we voor de klimaatdoelstellingen andere dingen gaan afwentelen. Daarom is het belangrijk om goed in beeld te krijgen welke wet- en regelgeving niet goed uitpakt voor de biologische sector. Die discussie moeten we open en transparant op tafel zien te krijgen.”