Vrijstelling certificeringskosten voor kleine ondernemers, Skal verruimd tot 80.000 euro omzet
Tafiefsysthematiek van Skal blijft nagenoeg ongewijzigd

Uit het evaluatieonderzoek, dat voort komt uit het Actieplan Biologisch, blijkt dat de tarieven van Skal vergelijkbaar zijn met certificerende instanties in het buitenland. Rummenie concludeert hieruit ‘dat de hoogte van de tarieven van Skal niet onredelijk is en verder in lijn met het kabinetsbeleid. Dat neemt natuurlijk niet weg dat sommige sectoren de hoogte van de kostendekkende tarieven wel als aanzienlijk kunnen ervaren’.
De tariefsystematiek blijft grotendeels gelijk
De huidige tariefstructuur is gebaseerd op de aard van de bedrijven, de grootte en de risico’s. Skal is gevraagd te onderzoeken of heffing op basis van omzet een mogelijkheid is. Skal heeft zes invullingen voor ‘omzet’ onderzocht: aantal hectares, aantal verkochte planten, aantal dieren, aantal medewerkers, aantal geïmporteerde producten en aantal inspectie uren. De conclusie: geen van de alternatieven is een goede maat voor omzet of praktisch toepasbaar. Een heffing op basis van omzetgegevens zou mogelijk zijn, al vraagt dit extra capaciteit en ICT aanpassingen van Skal. De ondernemer zou dan moeten werken met een accountantsverklaring. De kosten hiervoor staan ‘niet in verhouding tot de hoogte van de tarieven’. Rummenie besluit: ‘Het is (momenteel) niet opportuun is om het stelsel radicaal anders in te laten richten, vanwege de disproportionele uitvoeringslasten en administratieve lasten voor de (met name kleine) ondernemer.’
Meer regeldruk en verschuiven van lasten
Het ministerie erkent dat de certificeringskosten voor bedrijven met een geringe omzet stevig zijn. De WEcR heeft een aantal lastenverlichtende maatregelen verkend. Hogere administratieve lasten en meer regeldruk of het verplaatsen van de lasten naar de overheid of andere ondernemers zijn dan het gevolg. Dat vindt Rummenie niet redelijk.
Van 50.000 naar 80.000 omzet
Vanaf 2024 hebben kleine landbouw- en bereidingsbedrijven met een jaarlijkse omzet tot 50.000 euro een vrijstelling van certificerings- en toezichtskosten. Het afgelopen jaar waren dit 257 ondernemers. Voorwaarde is dat deze bedrijven volledig biologisch werken. Dit zou de drempel tot overschakelen verlagen. Het ministerie wil zonder de tariefsystematiek aan te passen, toch kleine ondernemers ontlasten. In samenspraak met Skal wordt de definitie ‘klein biobedrijf’ aangepast. Met ingang van 1 januari 2025 vallen bedrijven tot 80.000 euro omzet daar onder. De overige criteria blijven gehandhaafd. Op basis van de gegevens van 2024 zouden 54 extra ondernemers worden ontzien.
Een andere onderzochte mogelijkheid: de ‘volledig bio-eis’ schrappen. Het zou dan gaan om 1100 bedrijven met een omzet kleiner dan 50.000 euro. LNV ziet hier van af, het zou ‘een aanzienlijke verhoging van de LVVN-bijdrage aan Skal betekenen’. Het ministerie noemt dat niet reëel, in deze tijd van druk op overheidsfinancieringen en toenemende controle lasten.
Lees hier de volledige Kamerbrief.

Tekst: Anna Veltman
Opgegroeid op het gemengd biodynamische bedrijf van Warmonderhof. Gestudeerd aan de HAS in Dronten en Wageningen UR. Naast het werk op ons biologische akkerbouwbedrijf in Biddinghuizen ben ik werkzaam als redacteur voor Ekoland én trotse eigenaar van een hele grote mobiele kippenkar.
Beeld: Ruth van Schriek
Bron: Ministerie van LVVN