Bovengronds uitrijden van mest in combinatie met extra water beperkt ammoniakemissie.
Mest uitrijden kan ook anders

‘Het gecombineerd bovengronds uitrijden van water en mest heeft voordelen die de ammoniakemissie doen verminderen.’
Omdat ammoniakemissie een negatieve invloed heeft op het milieu verplichtte de Nederlandse overheid begin jaren ’90 boeren om mest in strookjes in of op de bodem te brengen. Ten tijde van deze beslissing was het gangbaar in de wetenschap om elk vraagstuk uit zijn omgeving te isoleren, voor het oplossen werd aangenomen dat de omgeving niet veranderd. Intussen is duidelijk dat veel vraagstukken beter in een bredere context opgelost kunnen worden. Ook stikstofverliezen kunnen het beste vanuit de hele kringloop bezien worden, ammoniakemissie ten tijde van het uitrijden is slechts een schakel in deze kringloop.
Het begint al bij de voeding van de koe, minder eiwit en meer structuur zorgen ervoor dat er minder stikstof in de kringloop komt. Daarnaast zorgt het voorkomen of vertragen van het samenkomen van urine en mest ervoor dat ammoniak niet kan worden gevormd. Toevoegmiddelen kunnen ervoor zorgen dat de potentiële ammoniakemissie wordt verlaagd. Aan het einde van de kringloop kunnen de verschillende manieren van bemesten of het uitrijden onder gunstige weersomstandigheden voor een verminderde ammoniakemissie zorgen. Ook het bodemleven speelt een rol, want die zet het stikstof uit de mest om in voor de plant opneembaar stikstof. Wanneer er onvoldoende zuurstof beschikbaar is, verloopt dit proces onvolledig en kan er stikstof ontsnappen. De hoeveelheid stikstof die het gras ter beschikking heeft beïnvloedt de voersamenstelling en zo is de cirkel weer rond.
Tijdens het uitrijden kan een lagere ammoniakemissie worden bereikt met mesttoedieningstechnieken die de oppervlakte van het toegediende mest verkleinen (huidige toegestane technieken) en door het toedienen van water over mest, tegelijkertijd of meteen na mesttoediening. Indertijd is ervoor gekozen om de mest in strookjes in of op de bodem te brengen omdat het bewezen effectief is en gemakkelijk te controleren. Bij het bovengronds uitrijden van mest wordt de stikstof onvoldoende benut, maar het gecombineerd bovengronds uitrijden van water en mest heeft voordelen die de ammoniakemissie doen verminderen. Water verdunt het stikstofgehalte in de mest en zorgt ervoor dat de mest van het gras wordt gespoeld en zo veilig op de bodem en tussen het gras belandt. Bovendien verminderd de deken van water de geur van vervluchtigde vetzuren.
Omdat het niet altijd mogelijk is om mest uit te rijden tijdens een regenbui heeft melkveehouder Klaas Wolters de Duospray machine van Jan Treur herontwikkeld. Deze machine verspreidt mest en water tegelijkertijd en verticaal en wordt The Green Duo genoemd. De Duospray machine werd destijds niet toegestaan omdat het gebruik moeilijk controleerbaar zou zijn. The Green Duo bevat standaard 10 m3 mest en 4 m3 water. Deze methode werd vergeleken met bovengronds uitrijden en de sleufkouter. Twee extra experimenten zijn gedaan met The Green Duo met een mest:water verhouding van 1:1 en één extra experiment is gedaan met een mest:water verhouding van 1:2. The Green Duo in standaard uitvoering verlaagde de ammoniakemissie met een kwart in vergelijking met gewoon bovengronds uitrijden. De experimenten met The Green Duo met meer water lieten zien dat enkele millimeters water de ammoniakemissie nog veel meer kon verlagen.
Elke boer hanteert een eigen management en dat maakt het ene bemestingssysteem beter geschikt dan het andere. Bij een management waar weerstand van de koe en de bodem belangrijk zijn en waar optimaal gebruik van de aanwezige nutriënten essentieel is, zal een andere bemestingstechniek geschikt zijn dan bij een management dat meer gebruik maakt van inputs. Bij een dergelijk kringloopmanagement is het stikstofgehalte in de mest vaak laag en kan de ammoniakemissie een stuk lager zijn tijdens het uitrijden dan bij een ander type management. Keuzevrijheid van de boer, wat betreft bemestingssysteem, zou daarom onder voorwaarden mogelijk moeten worden. De Staatsecretaris van Economische Zaken deelt deze mening en heeft daarom opdracht gegeven tot een veldonderzoek met mestaanwendingstechnieken die nu nog niet zijn toegestaan. Destijds is de Duospray machine afgewezen vanwege gebrek aan controleerbaarheid, maar tegenwoordig zijn er technieken beschikbaar die dit probleem zouden kunnen oplossen.
Door een andere onderzoeksopzet is er geconcludeerd dat de basisprincipes waar de huidige emissiefactoren op zijn gebaseerd (verplaatsing van ammoniak) deels onjuist blijken. Uit het onderzoek bleek dat er in plaats van na 24 uur of langer al na twee tot zes uur weinig ammoniakemissie meer optreed. Op basis van een andere meetmethode bleek dat de gemeten emissies in dit onderzoek ver beneden de officiële emissies liggen die in Nederland gebruikt worden. Om dit verder te onderbouwen is herhaling en aanvulling van dit onderzoek nodig. Naar aanleiding van de discussie die is ontstaan over juistheid van de ammoniakemissiefactoren heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken opdracht gegeven tot een internationale review. De deskundigen die de emissiefactoren beoordeeld hebben komen tot de conclusie dat de emissiefactoren op landelijk niveau kloppen maar dat dit op bedrijfsniveau sterk kan verschillen. In haar brief naar de voorzitter van de Tweede Kamer stelt Staatsecretaris Dijksma dan ook dat er meer onderzoek moet komen naar de factoren die ammoniak emissie beïnvloeden. Ook neemt zij over dat er kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij de recentheid van de emissiefactoren en daarom is er ook opdracht gegeven om dit nader te onderzoeken met de nieuwste wetenschappelijke meetmethoden.
Niet alleen de verplaatsing van ammoniak tijdens het mest uitrijden lijkt anders te zijn dan eerder werd aangenomen, er kunnen ook vraagtekens worden gezet bij het model waarmee het neerslaan van de emissies wordt berekend. In 2011 heeft MSc student Janklaas Santing rondom vijf melkveebedrijven aan de rand van het Dwingelderveld (Drenthe) in kaart gebracht hoeveel ammoniak er neerslaat. Het bleek dat ammoniak voornamelijk rondom de bron neerslaat, dit in tegenstelling tot wat het model van het RIVM en PBL berekend. Door de PAS richtlijnen, gebaseerd op eerder genoemd model, is er nu een grote problematiek ontstaan bij melkveebedrijven aan de rand van een Natura 2000 gebied. Provincies verlenen hierdoor in zeer beperkte mate een Natuurbeschermingsvergunning aan deze melkveebedrijven.
De focus van het onderzoek is, sinds de tijd dat de nu geldende emissiearme mesttoedieningstechnieken zijn geïntroduceerd, veranderd van symptoombestrijding naar kringloopdenken. Het wordt tijd dat hier in zowel onderzoek als beleid en de boerenpraktijk meer ruimte voor komt.
Ciska Nienhuis is voormalig WUR-student. Zij voerde haar onderzoek naar ammoniakemissies uit in samenwerking met Universitair hoofddocent Egbert Lantinga en melkveehouder Klaas Wolters.
‘De focus van het onderzoek is veranderd van symptoombestrijding naar kringloopdenken.’