Precies werken, bodemzorg en niets hoeven te verbergen leidt tot vernieuwend elan
Biologisch vliegwiel voor innovaties

Door de jaren heen zijn er in de biologische sector tal van innovaties ontstaan die vervolgens wijdverspreid raakten. Het gaat vaak om ‘boereninnovaties’ die een oorsprong hebben op het bedrijf van een progressieve boer(in). Een van de bekendste voorbeelden is het gebruik van GPS-besturing. Dit ontstond niet perse op biologische bedrijven, maar werd daar al wel snel geadopteerd in de jaren 2000 – 2010, toen het als innovatie nog volop in ontwikkeling was. De biologische sector had in die zin een vliegwielfunctie. Voor biologische telers was een GPS-systeem simpelweg sneller terug te verdienen, door meer precisie bij zaai en schoffelwerk.
Rijpadenteelt is als innovatie gelinkt aan de ontwikkeling van GPS. Hierbij wordt het principe van onbereden bedden gebruikt. Om te zorgen voor optimale groeiomstandigheden rijdt waar de plant groeit geen band. In de jaren ‘70 en ‘80 werden er al experimenten gedaan met trekkers met verbrede assen. Door gebrek aan precisie waren de rijpaden echter relatief breed. De ontwikkeling van GPS zorgde ervoor dat voornamelijk biologische bedrijven geïnteresseerd raakten in het rijpadenprincipe en dit verder gingen uitwerken. In Nederland was het bedrijf Biotrio van Kees van Beek en Jaap Korteweg in 2001 al een voorloper in rijpadenteelt op 3,15 meter spoorbreedte. Intussen zijn er al veel meer boeren in binnen- en buitenland bezig met rijpadenteelt op onbereden bedden, waaronder Ekoland Innovatieprijs 2015-winnaar Bakkerbio. Van dit systeem werden al veel verschillende versies bedacht. Als resultaten worden een egaler teeltbed met voordelen voor mechanische bestrijding van onkruid en een meeropbrengst door betere bodemkwaliteit genoemd.
‘Ook de gangbare buurman gebruikt nu soms grasklaver.’
Strokenteelt is een innovatie uit de biologische sector, die zowel GPS als rijpadenteelt combineert. Hierbij worden percelen in stroken verdeeld van bijvoorbeeld 3, 6 of 9 meter breed. Door stroken van verschillende gewassen naast elkaar te leggen hoopt men verspreiding van ziekten en plagen tegen te gaan en een robuust systeem te creëren. Onder andere de verspreiding van phytophthora lijkt te worden verminderd, terwijl het effect van natuurlijke vijanden verbetert. Al sinds 2010 wordt er door Wageningen University & Research geëxperimenteerd met strokenteelt op de proefboerderijen Broekemahoeve in Lelystad en Droevendaal in Wageningen. ERF BV, de Ekoland Innovatieprijswinnaar van 2020, past strokenteelt al toe op ruim 100 hectare met stroken van verschillende breedtes. Na een langzame opstartfase wordt strokenteelt de laatste vijf jaar steeds meer toegepast in Nederland, en al lang niet meer alleen op biologische bedrijven.
Op mechanisatievlak zijn wiedeggen zoals de Treffler en schoffelapparatuur bekende voorbeelden van technieken die in de biologische sector zijn ontstaan en doorontwikkeld. Deze machines worden in de biologische teelt als onmisbaar bestempeld. Langzaam worden ze ook daarbuiten steeds breder ingezet. Innovaties als optische besturing waar Garford en Steketee al jaren aan werken maken de mechanische onkruidbestrijding steeds nauwkeuriger en eenvoudiger uit te voeren.
‘Strokenteelt wordt de laatste vijf jaar steeds meer toegepast in Nederland en niet alleen op biologische bedrijven.’
Het gebruik van grasklaver op veehouderijen en akkerbouwbedrijven kent de laatste jaren een flinke boost door de successen op biologische bedrijven. Door een divers palet aan soorten raakt de bouwvoor op verschillende diepten intensiever beworteld. Daarnaast binden de klavers stikstof uit de lucht door middel van Rhizobium-bacteriën. Dit is niet alleen winst voor het milieu, er wordt zo ook op geld voor mest bespaard. Jarenlang was de algemene gedachte dat een productieve grasmat enkel uit raaigras moest bestaan. Door de positieve ervaringen met grasklaver uit de biologische sector zie je de laatste jaren dat dit steeds breder wordt ingezet. Ook de gangbare buurman gebruikt nu soms grasklaver.
In het domein van plant en bodem heeft de biologische sector ook voor groenbemesters als een vliegwiel gefungeerd. Door minder middelen om bij te sturen moet de bodem op een biologisch bedrijf altijd goed in orde zijn. Daarnaast zijn de bemestingsnormen scherper. Hierdoor is het belang van een gezonde bodem essentieel. Door met groenbemesters te werken worden nutriënten vastgehouden of toegevoegd en voedingsstoffen afgegeven aan het bodemleven. Waar groenbemesters op biologische bedrijven al snel als gemeengoed werden gezien, volgde de rest van de landbouw sector veel later. Ook hierin hadden biologische boeren een voortrekkersrol.
In de glastuinbouw is Koppert het meest ter verbeelding sprekende voorbeeld van biologische innovatie. Komkommerteler Jan Koppert was op een dag in 1967 klaar met chemische gewasbescherming en zocht naar een alternatief. Wat begon met een zelf geïntroduceerde natuurlijke vijand voor een spintplaag, groeide uit tot een wereldwijde marktleider op het gebied van biologische gewasbescherming en natuurlijke bestuiving.
Ook de biologische veredeling is in de afgelopen 40 jaar met de sector mee gegroeid. Rassen werden ontwikkeld specifiek voor biologische teeltomstandigheden en gespecialiseerde biologische zaadbedrijven als de Bolster en Vitalis ontstonden. De biologische sector heeft zich altijd hard gemaakt voor zoveel mogelijk gebruik van zaadvaste rassen om boeren de vrijheid te geven eigen zaad te gebruiken. Ook het gebruik van resistente rassen in voornamelijk aardappelen nam toe. Onder leiding van Edith Lammerts van Bueren en kwekers als Niek Vos werden veredelingsprogramma’s opgezet voor resistente rassen. Dit leidde uiteindelijk tot een uniek sectorbreed convenant.
Innovaties in de veehouderij zijn ook niet vreemd in de biologische sector. Denk bijvoorbeeld aan het concept kippenuitloop met het gebruik van bomen, wat je op biologische pluimveehouderijen voor het eerst zag ontstaan. Kippen krijgen hier de ruimte om vrij te scharrelen en hebben de beschikking over bescherming van bodem en struiken. In het kader van dierenwelzijn is de biologische veehouderijsector altijd een pionier geweest. Ook het gebruik van voederbomen voor koeien is iets dat zich ontwikkeld op biologische bedrijven. Een recente innovatie is het gebruik van gekiemd graan als kippenvoer. In Nederland experimenteert biologisch pluimveebedrijf de Lankerenhof (winnaar van de eerste Ekoland Innovatieprijs in 2008) van Chris en Marjanne Borren met dit concept. Het graan wordt gekiemd met een kiemrad, waardoor eiwitten en vetten door enzymen worden omgezet. Een eerste proef leidde tot een stijging van de eierproductie met 10 procent bij de kippen gevoerd met gekiemd graan.
Sociale innovaties zijn een aparte categorie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan groentepakketten, die nu te koop zijn bij grote bedrijven als Odin of op tuinderijen. Ruim 40 jaar geleden begon Anna van Oostwaard als eerste in Nederland met een groentepakkettensysteem op het biodynamische bedrijf de Horsterhof in Duiven. Ze wilde niet gaan telen voor een anonieme markt, maar in rechtstreeks contact staan met haar klanten. Landbouw moest weer cultuur worden, ingebed in de omgeving en samenleving. Veel boeren en tuinders volgende haar voorbeeld met het leveren van groentepakketten rechtstreeks aan de consument.
In zijn algemeenheid loopt biologisch voorop in het contact met de consument en het creëren van een positief geluid doordat er weinig te verbergen is. Hierbinnen vallen ook de talloze Community Supported Agriculture (CSA) initiatieven die voornamelijk op biologische wijze telen en waarin de consument centraal staat. Centraal stellen van de consument is ook precies de insteek van het Herenboerenprincipe. Hierbij wordt er op initiatief van de consument een kleinschalig gemengd bedrijf gestart en wordt een boer in dienst genomen. Producten worden niet verkocht, maar enkel uitgegeven aan de eigen leden die in wezen eigenaar zijn van het bedrijf. De gewassen en dieren worden op biologische wijze behandeld, maar doordat er geen markt aan te pas komt gaat dit zonder biologisch keurmerk. Het keurmerk is vertrouwen. Op dit moment zijn er acht Herenboerderijen in Nederland, maar de initiatieven om een boerderij te beginnen, zijn door het hele land verspreid.
Een toekomst vol innovaties ligt in het verschiet als we achterom kijken en de reeds getekende lijn voortzetten. De biologische sector is altijd innovatief geweest, en zal dat in de toekomst ongetwijfeld ook zijn. Dat innovaties die ontstaan in de biologische landbouw wijd verspreid raken, is een groot compliment naar de progressieve houding van de sector en de durf om als koploper te fungeren. Toch schuilt in dit succes ook direct het grootste gevaar voor de biologische sector, namelijk dat deze steeds minder uniek wordt doordat zaken algemeen worden overgenomen. Je zou kunnen argumenteren dat dit juist positief is, omdat we uiteindelijk toch streven naar een schone en eerlijke landbouw wereldwijd. Naar een wereld waar er geen verschil zou moeten zijn tussen biologisch of gangbaar omdat nagenoeg alles gaat volgens biologische principes. Of dit een utopie is, zal de toekomst uitwijzen. Het is in ieder geval zeker dat de biologische sector enkel kan blijven bestaan als deze zich continue doorontwikkeld. Er zijn daarom progressieve koplopers nodig om te werken aan een innovatieve toekomst. Die innovatieve toekomst is stiekem al begonnen. Terwijl bijvoorbeeld strokenteelt net voet aan de grond begint te krijgen wordt er voorzichtig alweer vooruit gekeken naar extreem diverse teeltsystemen als pixelteelt en agroforestry. Optimaal gebruik maken van de kwaliteiten van de natuur en de kracht van diversiteit is hier het devies. Ook technische ontwikkelingen zoals robotisering zullen naar verwachting een vlucht krijgen in de biologische landbouw. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de lichte autonome schoffelrobots van Naïo. Wie weet is deze kleine greep uit toekomstige ontwikkelingen over 40 jaar bij het volgende Ekoland jubileum nummer alweer gemeengoed. Als dat zo is, dan heeft de biologische sector haar vliegwielfunctie ook dan weer succesvol vervuld.
‘Terwijl strokenteelt net voet aan de grond krijgt wordt er al weer vooruit gekeken naar extreem diverse teeltsystemen als pixelteelt en agroforestry.’
Tekst: Talis Bosma
Beeld: Talis Bosma